Caracollen


Hier in Leuven is het volop kermis. En wat is de snack bij uitstek op kermissen en markten? Caracollen.
Caracollen of wulken zijn zeeslakken. Je mag ze niet verwarren met escargots. Dat zijn landslakken.
De naam ‘caracol’ komt uit het Spaans, een erfenis van onze Spaanse overheersing.
Vaak kun je wulken of caracollen reeds gekookt kopen in de supermarkt.
Als je grote liefhebber bent, is het zeker de moeite waard om ze zelf eens te bereiden. En dat is niet zo moeilijk als het lijkt.


Wat heb je nodig?
Verse, levende wulken van bij de visboer.
Selder, een wortel, een ui, een kruidentuiltje (peterselie+tijm+laurier), zout en heel veel peper.

Hoe maak je het?
Kook de levende wulken eerst enkele minuten in water. Zo krijg je ze makkelijk uit hun slakkenhuisje.
Maak ze proper (het onderste donkere, slijmachtige deel moet eraf) en spoel ze nog eens goed onder stromend water zodat het zand er zeker af is.
Dan maak je een goed gepeperde bouillon met selder, wortel, ui en het kruidenboeket. Laat deze bouillon een kwartiertje koken.
Nu mogen de caracollen er weer bij. Die laat je nog maximum een kwartiertje koken op een zacht vuurtje. Als je ze te lang laat koken, worden ze helemaal taai en dat is niet lekker.
Serveer de caracollen in hun bouillon en garneer met fijngesnipperde selderblaadjes.


Delen?
Share on Facebook0Pin on Pinterest100Email this to someonePrint this page

Laat commentaar achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *