Maak de knolseldermousse. Schil de knolselder en snijd in fijne dobbelsteentjes. Stoof aan in de boter en breng op smaak met peper en zout. Voeg de bouillon toe en laat 25 minuten zachtjes sudderen. Mix fijn met een staafmixer en werk af met de room. Proef en kruid indien nodig bij met peper en zout. Nootmuskaat is er ook lekker bij.
Maak de filodeegtaartjes. Verwarm de oven voor op 180°C.
Maak per taartje 4 vierkantjes van het filodeeg ter grootte van de taartvormpjes.
Smeer tussen elk velletje wat olie.
Leg ze in verschillende richtingen in een bakvorm.
Plaats er een tweede bakvormpje op.
Haal het overtollige deeg eraf. Herhaal dit voor de 4 taartbodempjes. Bak ze in 15 minuten goudbruin. Haal de filodeegtaartjes dan voorzichtig uit de taartvormpjes.
Snijd de chorizo in fijne reepjes. Bak ze krokant in een pan zonder vetstof. Laat uitlekken op keukenpapier.
Maak de champignons proper met een keukenpapier of een borsteltje. Snijd de grote champignons eventueel in 2 of 4. Bak ze aan in een pan met olijfolie en/of boter en kruid goed met peper en zout. Haal ze uit de pan en zet even opzij.
Bak nu de Sint-Jacobsnoten. Kruid de Sint-Jacobsnoten met peper en zout. Bak ze kort langs beide zijden op een hoog vuur.
Stel de filodeegtaartjes samen. Lepel wat van de knolseldermousse in de taartjes. Leg er de gebakken champignons en de coquille op. Werk af met de chorizocrumble en een takje kervel.