Breng voor het soezenbeslag het water in een kookpot aan de kook.
Voeg de boter bij het kokende water. De boter moet helemaal smelten in het kokende water.
Neem de pot van het vuur en roer er de bloem met het zout door.
Zet dit opnieuw op het vuur en roer goed om met een houten lepel tot het deeg helemaal los komt van de bodem en er een deegbal ontstaat.
Breng het deeg over in je keukenrobot en klop het goed door met de K-klopper zodat alle damp uit het deeg weggaat. Heb je geen keukenrobot? Roer dan het deeg goed door met een houten lepel.
Kluts 3 eieren en voeg ze beetje bij beetje bij het deeg. Roer het ei onder het deegmengsel en wacht steeds tot het ei volledig is opgenomen alvorens opnieuw ei toe te voegen aan het soezenbeslag. Ga zo verder tot het soezenbeslag een lint vormt.
Soms heb je nog wat geklopt ei over, soms moet je nog wat extra ei toevoegen. Dat hangt af van de grootte van de eieren.
Doe het soezenbeslag in een spuitzak en spuit er eclairs van op een bakplaat met bakpapier.
Druk de spuitpuntjes plat met een natte vinger. Bestrijk het deeg met losgeklopt ei.
Bak de eclairs af in een voorverwarmde oven van 190°C - heteluchtstand.
Bak de eclairs gedurende 20 minuten. Haal na de baktijd een eclair uit de oven en kijk of die niet inzakt. Behoudt de eclair zijn bolle vorm? Dan zijn ze voldoende gebakken en haal je ze uit de oven. Anders bak je ze nog enkele minuten langer.
Laat de eclairs goed afkoelen op een rooster alvorens ze te vullen.