Maak eerst de chermoula. Plet de look. Snijd het vruchtvlees uit de ingemaakte citroen. Snijd de schil hiervan fijn.
Doe de look en de citroenschil in een kom. Voeg de gemalen komijn en koriander toe samen met de chilivlokken, paprikapoeder, 1 dl olijfolie en een halve koffielepel zout. Roer goed door.
Was de aubergines en snijd ze in de lengte middendoor. Kerf het vruchtvlees kruiselings in. Leg de aubergines met de snijkant naar boven in een ovenschotel. Smeer ze rijkelijk in met de chermoula.
Verwarm de oven op 180°C - heteluchtstand. Plaats de aubergines in de voorverwarmde oven en gaar ze gedurende 30 minuten.
Maak ondertussen de granen of bulgur klaar. Ik koos voor een mix van tarwe, maïs en soja.
Breng 30 cl gezouten water aan de kook. Neem de pot van het vuur en voeg de granen toe samen met een klontje boter. Roer goed door en dek af. Laat de granen een 10-tal minuten wellen.
Week ondertussen de rozijnen in water.
Rooster de amandelschilfers in een droge pan (zonder vetstof).
Hak ondertussen de koriander. Snijd de lente-uitjes in ringen. Snijd de ontpitte olijven in ringen.
Roer de tarwekorrels door en voeg de geweekte rozijnen toe.
Breng de tarwekorrels verder op smaak met de gehakte koriander, de gedroogde munt, de lente-uitjes en een deel van de amandelschilfers.
Voeg het citroensap toe en de overige olijfolie. Voeg een snuifje zout toe.
Proef en kruid indien nodig bij met peper en zout.