Start met het marineren van de veenbessen. Warm hiervoor de sherry op. Voeg de gedroogde veenbessen toe en laat ze - van het vuur - wellen in de sherry.
Maak ondertussen de aardpeercrème. Hou 1 aardpeer opzij voor het maken van de aardpeerchips. Schil de overige aardperen en snijd ze in kleine blokjes.
Pel en snipper de sjalot fijn. Stoof de sjalot glazig aan in 1 eetlepel boter of margarine.
Voeg de stukjes aardpeer toe en stoof even mee aan.
Voeg de (plantaardige) room toe. Kruid met flink wat peper en een snuifje zout. Voeg enkele druppels citroensap toe.
Laat de aardperen op een zacht vuur en onder deksel garen gedurende 25 minuten tot ze zacht zijn. Mix alles glad en kruid naar smaak bij met peper en zout.
Maak de aardpeerchips. Was de overgebleven aardpeer en dep droog. Snijd er met een dunschiller dunne plakjes van voor de chips. Bak de chips in een pan met olie of in de friteuse op 140°C gedurende een 5-tal minuten. Laat uitlekken op keukenpapier. Kruid met fleur de sel.
Rooster de hazelnoten en hak ze grof.
Dep de coquilles droog en kruid ze met peper en zout. Verwarm 1 eetlepel boter of margarine in een antikleefpan en bak de coquilles kort en krachtig goudbruin langs beide zijden. Bedruip de coquilles regelmatig met de vetstof.
Haal de veenbessen uit de sherry.
Serveer de coquilles in een lege schelp of op een bordje. Schep 1 eetlepel van de aardpeercrème in de schelp of op het bord. Schik er 2 coquilles op. Garneer met de gemarineerde veenbessen, de aardpeerchips en de gehakte hazelnoten. Werk verder af met nog wat extra citroensap en enkele plukjes kervel of tuinkers.