Maak de bouillon (yuksu) - indien je geen vissaus gebruikt. Breng 800 ml water aan de kook, voeg een stuk kelp van 10 cm toe en laat 10 minuten zachtjes pruttelen. Ontdoe 30 g gedroogde ansjovis van kop en ingewanden. Voeg ze toe aan het water en laat nog 5 minuten zachtjes koken. In plaats van gedroogde ansjovis kan je ook katsuobushi (gedroogde bonitovlokken) gebruiken. Zeef de bouillon. In plaats van deze bouillon te maken, kan je ook 2 eetlepels vissaus toevoegen aan het water.
Spoel de rijstcakes met warm water en laat ze uitlekken.
Meng alle ingrediënten voor de saus in een kommetje: gochujang, gochugaru sojasaus, suiker, ketchup en fijngeperste look.
Snijd de kool in fijne slierten.
Pel de sjalotten en snijd fijn.
Schil de wortel en snijd er dunne plakjes van 1 x 4 cm van.
Snijd de viskoek in stukken van 2 x 4 cm.
Snijd de lente-ui in fijne ringen. Hou het witte en groene deel apart. Het witte deel wordt mee gestoofd, het groene deel is voor de afwerking.
Neem een wok of diepe pan. Voeg de kool, wortel, sjalot en het witte deel van de lente-ui toe.
Doe er de viskoekjes bij.
Voeg de saus en de bouillon toe en roer goed zodat alles bedekt is met saus.
Voeg de tteok toe.
Laat 15 minuten zachtjes koken op middelhoog vuur tot de rijstcakes zacht zijn en de saus mooi is ingedikt. Roer regelmatig om aanbakken te voorkomen.
Werk het gerecht af met het groene deel van de lente-ui.
Serveer warm, met een paar banchan zoals kimchi of ingelegde radijs of komkommer.