Gebruik een taartvorm met uitneembare bodem. Diameter 26 à 28 cm. Beboter en bebloem de taartvorm.
Verwarm de oven voor op 160 graden - heteluchtstand.
Haal het taartdeeg uit de koelkast.
Verdeel het deeg in 2 porties. Weeg een eerste portie af van ongeveer 500 gram en de tweede portie van ongeveer 400 gram.
Gebruik de grootste portie als taartbodem. Rol het taartdeeg uit op een bebloemd oppervlak tot ongeveer 2 à 3 mm. Schik dit in de taartvorm.
Rol het overbodige deeg eraf met een deegrol.
Schep de citroenpudding in de taartvorm. Zet dit even opzij.
Rol nu de tweede portie taartdeeg uit ter grootte van de taartvorm. Gebruik hiervoor 2 vellen bakpapier waartussen je het deeg uitrolt. Zo kan je de deegflap makkelijk bovenop de taart schikken. Als het taartdeeg op de juiste grootte is uitgerold, haal je langs 1 zijde het bakpapier weg.
Leg de deegflap langs deze kant op de taart en verwijder het tweede vel bakpapier.
Rol het overbodige deeg eraf met een deegrol.
Prik met een vork in het taartdeeg.
Verdeel de pijnboompitten over het deeg.
Bak de taart gedurende 50 minuten - heteluchtstand.
Schik dan een vel aluminiumfolie over de taart en bak nog 10 minuten extra.
Haal de taart uit de oven en laat even afkoelen op een taartrooster.
Ontvorm de taart en laat de taart verder afkoelen op de taartrooster.
Zet de taart minstens een half uurtje in de koelkast.
Bestrooi de taart dan overvloedig met bloemsuiker alvorens ze te serveren.