Kneed het deeg voor de pierogi. Meng 2 eieren, 150 gram zure room, de bloem, het zout en het bakpoeder tot een zacht, glad deeg. De overige zure room gebruik je voor de afwerking. Laat het deeg een kwartiertje rusten in de koelkast, verpakt in plasticfolie.
Maak bolletjes van het deeg van ongeveer 30 gram en rol het deeg uit.
Steek er rondjes uit van zo'n 10 cm.
Vul de velletjes deeg met enkele blauwe bessen.
Strooi er wat suiker over.
Gebruik een dumplingvorm voor het vormen van de pierogi of vorm ze gewoon met de hand. Druk de randen aan met een vork of knijp ze toe met je vingers.
Doe eventueel wat losgeklopt ei op de randen, zodat ze goed aan elkaar plakken.
Zorg dat de pierogi overal goed gesloten zijn.
Zet een kookpot op met gezouten water en breng aan de kook. Als het water kookt, laat je hierin 4 tot 6 pierogi per keer koken. Kook ze tot ze boven komen drijven. Dan zijn ze klaar. Haal ze met een schuimspaan uit het water.
Bak de pierogi nog even aan. Smelt boter in een pan. Strooi er wat suiker over. Bak de pierogi goudbruin aan.
Serveer ze met een toefje zure room en enkele blauwe bessen. Druppel er wat siroop over. Garneer met een blaadje munt.
Smacznego (eet smakelijk).