Verwarm de oven voor op 150°C – hetelucht stand.
Schil en snijd de appels in kubusjes van 1.5 centimeter. Druppel er het citroensap over. Doe er de citroenzeste bij. Meng er de blauwe bessen onder. Bestuif met 30 gram bloem en meng alles goed onder elkaar.
Klop de eieren en de suiker met de mixer of in de keukenrobot schuimig en wit op.
Roer er de platte kaas door.
Meng er tenslotte de overige bloem onder samen met een snuifje zout.
Schep het fruit bij het deegbeslag en meng goed om.
Schep het deegbeslag in een muffinvorm. Gebruik een siliconenvorm. Die moet je niet invetten en bebloemen en de cakejes komen er makkelijk uit. Verdeel het deeg gelijk over de 12 vormpjes van de muffinplaat.
Bak de appelcakejes gedurende 40 minuten in een voorverwarmde oven van 150°C - heteluchtstand.
Prik er, na de baktijd, met een vork in. Is de vork droog, dan zijn de cakejes voldoende gebakken.
Laat de cakejes na de baktijd een kwartiertje afkoelen in de vorm, zodat ze wat steviger kunnen worden.
Ontvorm ze daarna en laat ze verder afkoelen op een taartrooster.
Voor het serveren kan je op de bovenkant wat confituur smeren en/of ze bestrooien met poedersuiker.